Harmonica Mundi



Ets 18x28 cm
Ets droge naald
18x25 cm
Ets +lino
18x25 cm
Ets +lino
18x25 cm
Lino+ets
45x80cm
Ets
30x45cm
De theorie bij insecten en hun geluiden Elk insectensoort heeft een vaste zoemtoon, dit is de frequentie van hun vleugelbeweging: een frequentie van 200 Hz, betekent 200 vleugelslagen per seconde en dat geeft een G. Het is gekoppeld aan de vorm en het gewicht van het insect, de vorm van de vleugels, etc. Een honingbij zoemt in G, een aardhommeltje in D. De frequenties lopen uiteen van 12 Hz (sommige vlinders) tot boven de 1000 Hz (bepaalde kleine vliegjes). Toen ik uit wilde rekenen of het voor een mens mogelijk is een frequentie te bepalen, kwam daar een interessant gegeven uit: je zou vleugels van 7,5 meter nodig hebben om een mens van 70 kilo te dragen. Vervolgens heb je zulke zware spieren nodig om de vleugels te kunnen bewegen, dat je gewicht aanzienlijk toe zou nemen, zodat je nog grotere vleugels nodig hebt. En dit houdt nooit op. Het is dus een eindeloze som zonder uitkomst.